

Diverse vloeren kunnen worden gelegd over vloerverwarming, maar er zijn twee eigenschappen die voornamelijk de keuze bepalen:
1 De gevoeligheid van het materiaal voor wisseling in vochtgehalte. Hier geldt: hoe minder gevoelig voor vocht, des te meer geschikt. Geschikt zijn eiken, merbau, afzelia, afrormosia panga-panga/wengé, padoek, wengé, teak en kambala. Niet aan te raden zijn: beuken, guatambu, essen, robijn en ahorn.
2 De warmteweerstand van de vloer, welke altijd samenhangt met de dikte van de vloer en het soort materiaal (lees: houtsoort). Alle ons bekende laminaatsoorten kunnen prima worden gelegd op vloerverwarming. Bij twijfel altijd de specificaties van de fabrikant van het laminaat raadplegen! Om er zeker van te zijn dat de vloer voldoende warmte doorgeeft en er geen noemenswaardige verliezen zijn, wordt er algemeen gesteld dat de combinatie van materialen boven de vloerverwarming een isolatiewaarde (R) mag hebben van maximaal 0,14 m2K/W in geval van hoofdverwarming (zie voorbeeld beneden). Voor bijverwarming geldt een maximale waarde van 0,18 m2K/W.
Een lagere totale isolatiewaarde resulteert in een kortere opwarmtijd. Een hogere totale isolatiewaarde resulteert in een langere opwarmtijd en kan in sommige gevallen tot verlies van warmte leiden. Zoals fabrikanten van vloerverwarmingssystemen meestal zelf ook aangeven, is men bij de bepaling van de maximale totale isolatiewaarde er vanuit gegaan dat de verwarming gedurende het koude seizoen continu in werking blijft.
De totale isolatiewaarde is te berekenen door de isolatiewaarde van de ondervloer en die van de houten vloer of laminaatvloer bij elkaar op te tellen:
Isolatiewaarde ondervloer … m2K/W + Isolatiewaarde bovenvloer … m2K/W = Totale isolatiewaarde … m2K/W
In geval van een “nat” verwarmingssysteem dient de maximale watertemperatuur onder de 65°C te blijven en er dient een uitvullingslaag van minimaal 30 mm aanwezig te zijn boven de verwarmingsbuizen.
De normale leginstructies van de fabrikant van de vloer blijven altijd van kracht, sla deze er dus altijd op na!
Daarnaast dient het opwarmingsprotocol te worden gevolgd, welke wordt gegeven door de fabrikant van het vloerverwarmingssysteem.
Vloerkoeling; ondervloeren met vochtscherm mogen in principe NIET worden toegepast bij een vloerverwarming die eveneens kan KOELEN. Hierbij bestaat het risico dat de ondervloer als dampbrug fungeert,waardoor condensatie optreedt en de vloer daadwerkelijk nat wordt. Of dit ook daadwerkelijk gebeurt, is afhankelijk van vele factoren. Daarom nemen wij uit voorzorg geen risico in onze adviezen. De enige UITZONDERING die WEL geschikt is, is o.a. de Sound stop van Estillon of de Cocofloor van Unifloor. Deze laatste is gemaakt van vochtbestendige en schimmelwerende cocosvezels en voorzien van een vochtscherm.
Voor de afwerking van de zwelruimte kan je gebruik maken van deklatten of plinten. De latten worden op de vloer tegen de wand of bestaande plint bevestigd.
Een nadeel is dat als de vloer gaat uitzetten de deklat los kan komen van de vloer. Bij een afwerking met een plint wordt de plint aan de wand bevestigd. Op deze wijze houdt de plint de vloer ook naar beneden gedrukt.
Voor overgangen naar andere vloerbedekkingen of om hoogteverschillen weg te werken zijn er verschillende overgangsprofielen. Er zijn profielen voorzien van een lijmlaag, die op de vloer geplakt worden en er zijn profielen waarbij een basisprofiel op de werkvloer bevestigd wordt. Op dit basisprofiel wordt later het overgangsprofiel vastgezet.
Op deze wijze wordt de vloer ook weer door het profiel naar beneden gedrukt.
Bij ruimten breder dan 10 m adviseren we een dilatatiestrip te gebruiken. De werking van de vloer over die breedte kan zo groot zijn dat de vloer omhoog komt.
Probeer het lamelparket of laminaat altijd tot en met de bovenste trede van de overloop te leggen en werk deze dan af met een bijpassende afwerkstrip.
Zorg ervoor dat de bovenste trede van de trap gelijk is met de ondervloer van de overloop, vul eventueel het hoogteverschil op.
Het is erg belangrijk dat u de temperatuur en relatieve luchtvochtigheid (RV) in de ruimte waarin de vloer ligt regelmatig controleert. De luchtvochtigheid kunt u controleren met behulp van een hygrometer.
1. De RV is te laag (tussen 0% en 55%)
De houten vloer zal het aanwezige vocht dat nog in het hout zit laten verdampen met als gevolg dat de planken kunnen gaan krimpen. De kans op zichtbare naden, kieren en eventuele scheuren in de planken neemt toe. Een luchtbevochtiger biedt een oplossing voor dit probleem.
2. De RV is goed (tussen 55% en 65%)
Het op peil houden van de luchtvochtigheid, d.m.v. een luchtbevochtiger, is niet alleen goed voor uw vloer, maar ook voor al uw meubelen niet te vergeten, uw eigen gezondheid. De meest ideale waarde ligt tussen de 55% en 65% en een temperatuur van 20° C. De houten vloer zal niet of nauwelijks werken, Omdat dit een gunstig klimaat is.
3. De RV is te hoog (tussen 65% en 100%)
De houten vloer zal de vochtige lucht absorberen met als gevolg dat de planken kunnen gaan uitzetten, in het ergste geval kan de vloer tussen de muren bol komen te staan. De luchtvochtigheid zal op korte termijn naar beneden moeten worden gebracht. Goed ventileren (warme, vochtige lucht afvoeren) kan het percentgae naar beneden krijgen. Een airconditioning of een luchtontvochtiger zal zeker een prima resultaat geven.
Een juiste voorbereiding is heel belangrijk is:
U kunt het beste de te leggen vloer eerst aan het klimaat van de ruimte laten wennen, voordat u het gaat leggen.
De meeste laminaatfabrikanten geven aan dat vloerverwarming geen probleem is.
Wat betreft lamelparket ligt dit iets genuanceerder. Wij hebben hiervoor een aparte bijlage ontwikkeld. U moet er wel rekening mee houden dat naarmate de laag boven de vloerverwarming dikker is, het langer duurt voordat de verwarming rendement oplevert. Het is natuurlijk ook zo dat de afkoeling langer duurt.
Let op! het kan zijn dat verschillende fabrikanten het afraden.
Daarnaast is het van belang dat de verwarming zoveel mogelijk op een constante temperatuur gehouden wordt. Ook moet de luchtvochtigheid op peil gehouden worden.
Voor uitgebreide informatie, download onderstaand bestand:
De meeste geoliede vloeren in ons assortiment kun je het beste onderhouden met producten van Woca. Klik hier voor een uitgebreid advies.
Hou er rekening mee dat parket of laminaat een ´hard´produkt is. Als u hiervoor kiest dan kan de acoustiek verslechteren, zeker als u zachte vloerbedekking gewend bent.
Tips om de acoustiek te verbeteren zijn bijvoorbeeld vloerkleden, gordijnen, behang, stoffen bekleding van zitmeubelen.
De delen kunnen onderling van kleur verschillen. Dit is niet erg, want hierdoor bereikt u juist een natuurlijk effect.
U kunt het beste effect bereiken door delen uit verschillende verpakkingen door elkaar te leggen.
U kunt met behulp van een plankenvloer een ruimtelijk effect bereiken. Leg de delen in de breedte als u de kamer breder wilt laten lijken en in de lengte voor een langer effect.
Het is mooier om de vloer in wild verband te leggen dan in het zogenaamde ‘halfsteens’ verband (De ene rij met een heel deel beginnen en de volgende rij met een half deel). Dit geeft teveel regelmaat in de kopse naden (trapvorming) of de kopse naden staan te dicht op elkaar.
Een fout die gemaakt wordt is dat de delen te hard worden aangeslagen, waardoor de kopse zijden gaan 'opstaan'.
Verder is het leggen van zo’n vloer niet al te moeilijk, als je je maar aan de instructie van de fabrikant houdt. Echt specialistisch gereedschap heb je niet nodig.
Voor het zagen kun je het beste een decoupeerzaag gebruiken. Gebruik niet een te grove zaag. Dit geeft een mooiere zaagsnede en de toplaag zal minder snel schilferen.
Een voordeel is dat het gezaagde deel altijd afgedekt wordt door een plint of deklijst.
De leidingen kunnen in de afwerklaag zijn aangebracht. Het is van belang dat de leidingen van een goede isolatie zijn voorzien en voldoende diep in de afwerklaag liggen, zodat de afwerklaag boven de leiding voldoende sterk is en de temperatuur van het vloeroppervlak niet boven de 28°C komt.
Opstaande delen komen voor als er teveel vocht in de vloer gekomen is, bijvoorbeeld door te vaak of te nat dweilen, lekkage of een plantenpot die direct op de vloer staat.
Opstaande kopse naden zijn vaak het gevolg van te hard aanslaan van de vloer aan de kopse kant. Als er na verloop van tijd kopse naden ontstaan kan het zijn dat de vloer over een te grote lengte zonder dilatatievoeg gelegd is.